B

Y

M

B

A

-

K

I

S

A

R

O

   

Het comité Buymba-Kisaro werd in 1971 opgericht ter ondersteuning van het project 'Kisaro'.
Dit project in Rwanda
is een centrum voor landbouwontwikkeling dat wil voorzien in de noden van de bevolking uit de omgeving. Er wordt getracht om het project te voorzien van zowel financiële als materiële middelen.
 

Wie zijn wij ? Project Kisaro Landbouwmethodes
Giften Kinderen van Kisaro Soep op zaterdag
Oorlog in Rwanda Geschiedenis

Wie zijn wij ?


Alvorens Broeder Cyriel in 1971 vertrok richting Rwanda, riep hij een aantal vrienden samen en stelde hun voor om een actiecomité op te richten ter ondersteuning van het project en om een vertegenwoordiging te hebben in België. Er zou een driemaandelijks contactblad verschijnen om al diegenen die zich aan het project interesseerden op de hoogte te houden en hen uit te nodigen op welke manier dan ook te helpen. Tot op heden gebeurt dit nog op dezelfde succesvolle manier, maar dan met een zeer uitgebreide vriendenkring. Het Buymba-comité is uitgegroeid tot een volwassen vzw.

Voorzitster : Rita Geraerts
Emailadres : rita.geraerts@geraerts-etiketten.be

Contactgegevens :
Comité Byumba-Kisaro vzw, St.-Jan Baptistplein 1 te 3600 Genk
(VZW : I.D. 14049/91, N.N. 4 467911 06)

Hosting website : Harras Network

Home

 

Project Kisaro



In juli 1975 werd de start gegeven voor het Centre de Perfectionnement Agricole (CPA) van Kisaro. Het waren de eerste afgestudeerden van de normaalschool van Buymba die hun verdere opleiding kregen in Kisaro. Het is nog met deze gasten dat broeder Cyriel met heel veel enthousiasme al 30 jaar het centrum leidt.














Het voornaamste activiteit van het centrum is de landbouw en daarbij het promoten van verschillende teelten. Om tot duurzame landbouw te komen, werden op nu al 45 ha vruchtbare heuvels van Rwanda met hak en schup terrassen aangelegd. Deze landbouwmethode zorgde onmiddellijk voor
succesvolle oogsten! Elke maandag worden er werkkrachten aangenomen om te oogsten met als doel zo veel mogelijk mensen kennis te laten maken met de landbouwtechnieken van het centrum. Dat aantal kan oplopen tot wel 200 mensen per week !
Daarnaast worden er ook nog vruchten en groenten van mensen in de omgeving aangekocht en alle producten worden in de hoofdstad Kigali verkocht op markten, aan winkels, particuliere mensen... De opbrengsten gaan terug naar de mensen en naar het centrum.


Aardappelen zijn de door de bevolking erg gegeerd en er werd daarvoor ook in de loop der jaren een kiemhuis gebouwd waar 8 ton kan opgeslagen worden. Behalve in het droge seizoen, worden er op de terrasheuvels haast elke maand aardappelen geplant. De opbrengst is zeer groot. Daarnaast wordt er ook nog porei, selder, salade, bonen, maïs en sorgho geteelt.

 

 


Beter dan de sorgho, die in dit klimaat slechts langzaam groeit, is de tarwe geschikt als basisvoedsel voor de mensen. De groeicyclus van de tarwe is er vijf maanden. Ze wordt in september gezaaid en in februari geoogst. Een tweede maal wordt gezaaid in maart om in augustus te oogsten. Het centrum stelde goede variëteiten ter beschikking  met de verzekering van de productie op te kopen. Er werden graansilo's gebouwd voor de opslag en er wordt zowel aan particulieren als aan groothandelaars verkocht. Ook dit werd al snel een succesformule.









 

 

Wat de veeteelt betreft, wordt er voornamelijk met een Belgische soort varkens gekweekt. De kweek van dit ras in Rwanda bracht geen enkele moeilijkheid met zich mee. De varkens werden zowel op het centrum vetgemest, alsook uitgezet bij boeren in de buurt. De vetmesting gebeurt met bijna uitsluitend groenvoeder. De dieren worden daarna terug opgekocht en door jongens van het centrum verwerkt in de slachterij.

 

       

 

Om dit alles te verwezenlijken was er veel hulp nodig van het Buymba Comité, maar ook op het centrum zelf werd er uiteraard al die tijd hard gewerkt en in de loop van de jaren werd er een ook een atelier gebouwd waar allerhande klussen worden geklaard. Van lassen tot schrijnwerk, het maken van blokken, onderhoud en herstelling van machines, het maken van kruiwagens, fietsen, bedden. Er is ook een metsersploeg voor het metsen van huisjes in de omgeving...De nodige materialen zijn niet altijd voor handen, maar gelukkig zijn de mensen er creatief en kunnen ze met weinig hun 'plan trekken'....
 

   

 

Verder worden er op het centrum alleenstaande moeders opgevangen en gehuisvest. Hun wordt de mogelijkheid gegeven om op het centrum te werken en te wonen. Ze worden ingeschakeld in de de verschillende teelten en ze krijgen indien mogelijk ook een stukje grond om te bewerken. In de loop der jaren werden er daarvoor ook andere activiteiten ingericht : er is een atelier voor allerhande naai- en vlechtwerk, er worden ook matten gemaakt...

 

   

 

 

       

 

 

Home

Landbouwmethodes



Terrassering :

Vanaf het eerste bezoek van broeder Cyriel aan Rwanda in 1971 had hij beslist de heuvels te terrasseren. Na het zoeken naar een werkmethode begon hij eraan vanaf het schooljaar 1973-1974. Ondanks de kritiek en de spot zette hij door. Als ervaren landbouwer was hij zeker van zijn slagen. Na ook de jongeren te hebben moeten overtuigen werden de eerste terrassen aangelegd op betrekkelijk goede grond. De eerste opbrengst van de aardappelen was zo overuigend dat de jongens beweerden nog nooit zulke knollen te hebben gezien. Ook de gerst lukte goed. Het vertrouwen was gewonnen, de start gegeven. De meesten hadden dat ook onmiddelijk begrepen. Later zou aan de nieuwkomers als voorwaarde worden gesteld voor hun aanvaarding, dat ze een toelating hadden van hun vader om een stuk grond te mogen terrasseren. Van jaar tot jaar groeide de interesse en na tien jaar was de vooruitgang van de radicale terrassering niet meer te stuiten. Ze vond haar bekroning in het officieel bezoek van de toenmalige president Habyarimana in 1985. Zijn bewondering en steun mondden uit in de erkenning van de methode van Kisaro als nationale methode voor erosiebestrijding en landbouw op 5 juli 1989. De proef was geslaagd ! Kisaro was met slag gekend en geroepen om zijn stempel te drukken op heel het landbouwgebeuren in Rwanda...

 

Waarom terrasseren :

Het is onmogelijk om , zonder te terrasseren, efficiënt landbouw te bedrijven om hellingen van meer dan 10%. Voor mindere hellingen bestaan er afdoende methodes die echter hun waarde verliezen op sterkere hellingen. De strijd tegen erosie heeft tot doel het afvloeien van de bouwlaag en dus ook van de voedingselementen te beletten en het behoud van het water te verzekeren. Het water is immers de belangrijkste factor van de produktie. Behoudt men het water, dan drenkt het de grond, vormt een voorraad aan vocht in diepere lagen en geeft zo aan de wortels de mogelijkheid om diep door te dringen en ook op die manier de grond te behouden en te verrijken.  Grondverbetering is dus een logisch gevolg van terrassering en elke toevoeging van bemesting betekent een duurzame verrijking van de grond. Dit alles waarborgt de mogelijk tot een intensieve landbouw.

 

 

Home

Giften



Project Buymba-Kisaro is afhankelijk van giften, dat hoeven we u niet te vertellen. Het is mede dankzij de steun van het thuisfront dat er dingen kunnen verwezenlijkt worden in Kisaro, waardoor de mensen uit de omgeving een menswaardig bestaan kunnen leiden. Het is dikwijls nog 'lijden' maar zoals u kan zien wordt er structureel gewerkt opdat er zowel op korte als op lange termijn essentieel dingen veranderen. Alleen op die manier wenst broeder Cyriel zijn centrum te leiden en verder uit te bouwen naar de toekomst toe.

Voor alle stortingen vanaf  €30 krijgt u van ons een fiscaal aftrekbaar attest  :

737-0200595-42.
Comité Byumba-Kisaro vzw
St.-Jan Baptistplein 1
3600 Genk



 

Kinderen van Kisaro



Als je structureel dingen wilt veranderen, is onderwijs daarbij een zeer belangrijke factor. De broeder wil op het centrum starten met lager onderwijs.Gratis onderwijs voor vooral kinderen van weduwen, ongehuwde moeders, aidswezen, die omwille van de armoede gedoemd zijn om geiten en schapen te hoeden vanaf hun zesde jaar. Ze leven van aalmoezen en van wat ze vinden in de natuur. En dat gratis onderwijs betekent uiteraard een basisinvestering van o.a. een degelijk gebouw, schoolbanken, boeken, schoolgerei.. Het betekent ook dat het onderwijs moet bestendigd worden door orde en regelmaat en goed personeel. Om dit project te doen slagen, doen we een beroep op het thuisfront. Meer nieuws en activiteiten hierover volgen binnenkort..


 
 

Soep op zaterdag



Elke zaterdag wordt er soep gemaakt van allerhande overschotten die niet verkocht zijn. Alle groenten en eventueel overschot vlees gaan in de ketel en de soep wordt op smaak gebracht door de gasten. De mensen kennen ondertussen de lekkere soep van Kisaro en komen dan ook in grote getale aanschuiven.

 




       



Oorlog in Rwanda



Rwanda werd in de jaren 1990 tot 1995 geteisterd door twee oorlogen.De genocide die zich daar voordeed was dikwijls een hoofditem in ons dagelijks journaal. Ook het centrum ontsnapte er niet aan.
De oorlog is volop aan de gang en broeder Cyriel beschrijft zijn ervaringen :

Einde 1991 vroeg de president , langs de bisschop van Byumba, de hulp van religieuzen om zich het lot van de ontheemden in de kampen aan te trekken.  We vormden ter plaatse een comité en bezochten regelmatig de kampen om vooral de kinderen te voorzien van kleren en voedsel. Het was het begin van een drie jaar durende inzet die me hoe langer hoe meer in beslag nam, met als hoogtepunt de vorming van kampen in Kisaro over een lengte van 12 km. Dit met een bevolking van meer dan 100.000 mensen.
Vermits ik aangsteld en  gesteund was door het hoogste gezag van het land, kon ik onafhankelijk van iedereen handelen voor de organisatie van de kampen. Het centrum nam op zich :
   - De voeding en de verzorging van alle kinderen beneden de 5 jaar.
   - De organisatie van het onderwijs van schoolplichtige kinderen.
   - De werkvoorziening van een groot deel van de mannen.

De reputatie verworven door de officiële erkenning van Kisaro gaf toegang tot alle instanties, zodanig dat het mogelijk was voeding en subsidies te bekomen en doeltreffend te werken. Dit duurde tot 1993. Toen werd het kamp in Kisaro op zijn beurt beschoten en alle kampbewoners werden verdreven samen met de plaatselijke bevolking. Op 15 km van Kigali werden al deze mensen in een nieuw kamp ondergebracht. Ikzelf werd ook gedwongen om het centrum te verlaten. Uitgeput kwam ik in België aan. Na een rustperiode van drie maanden ben ik naar Rwanda teruggekeerd. Er was een overeenkomst getekend. De vijand moest zich terugtrekken tot op enkele km ten noorden van Kisaro. Er werd een gedemilitariseerde zone geschapen en Kisaro lag daar middenin. Ik kreeg van het ministerie van binnenlandse zaken de opdracht om die zone te besturen en ik nam weer bezit van het geplunderde en beschadigde centrum. Met mij mochten ook alle bewoners van die zone terugkeren. Ook hun huizen waren leeggehaald en hun velden overwoekerd.
Met de inzet van iedereen werden alle gronden weer klaargemaakt en om de mensen zo vlug mogelijk terug voedsel te bezorgen had ik 300 kg zaad van witte kool ingevoerd vanuit België. Dit bood een redplank voor iedereen. Het zaad werd uitgedeeld en de mensen kregen de belofte dat het centrum heel de productie zou opkopen om deze naar de kampen te brengen en ze daar uit te delen. Het was een gewaagd voornemen, want er was op dat ogenblik geen geld om te betalen. De hemel kwam ertussen en inspireerde een weldoener om 100.000 fr. te schenken voor onze actie "witte kool". Na een paar maanden begon de aanvoer. We leverden tweemaal per week een vracht van 4 ton naar de kampen van Nyacyonga, Muhondo en Murambi.
De mensen van Kisaro waren gered : ze hadden te eten en kregen geld voor de kool die ze verkochten en de mensen in de kampen konden hun honger stillen. Al bij al was het een geslaagde actie !

Op het centrum kwam er ook weer leven. Alle terrassen werden omgehakt. Er werd aan de mannen gevraagd bij het omhakken alle knollen te verzamelen om te kunnen dienen als plantgoed. Nergens was er immers nog plantgoed te vinden. Zo kregen we 2.000 kg aardappelen bij elkaar. Dit steld ons opnieuw in staat onze goede variëteiten te selecteren. Er werd ook veel geterrasserd voor de mensen in de gedemilitariseerde zone. Het was niet moeilijk daarvoor financieringen te bekomen in die tijd. Ook schoollokalen werden hersteld, maar we wisten dat er eigenlijk niets duurzaam was...want op elk moment kon de oorlog weer losbarsten. Maar het was een kwestie dat de mensen moesten leven. Dankzij de grote vrijheid die ik genoot in deze zone, had ik zeer veel mogelijkheden die de mensen ten goede kwamen. Zo werd het gewone leven voor de mensen terug een beetje normaal.

We naderden Pasen 1994. De president werd vermoord ! De laatste stuiptrekkingen van het regime uitten zich in nooit gehoorde baldadigheden. Dit betekende het einde van een veelbelovend tijdperk in de Rwandese geschiedenis. We werden weeral eens verjaagd. Aan de mensen uit de gedemilitariseerde zone Kisaro werd aangeraden zich enkele km noordwaarts te verplaatsen. Dit was hun redding. Ikzelf bleef bij hen en kon bij de militaire overheid ten beste spreken. Ze bleven gespaard en na een mand konden ze terugkeren naar huis. Ik werd het land uitgezet en kon weer naar België afreizen voor een onbepaald periode...

Getergd door de onzekerheid over het lot van onze mensen, nam ik de gelegenheid te baat om met de eerste vlucht naar Kigali te vertrekken. Het werd een blij weerzien! Onze mensen waren gespaard gebleven. Er was hoop op een nieuw begin. Dit bezoek van 2 tot 17 september 1994 was een goed contact met de bevolking van Kisaro en omgeving. Het liet me toe plannen te maken voor een definitieve terugkeer.
Op 25 oktober was het dan zover. Ik vloog terug met een Russische cargo, waarin ik ook gratis een ton materiaal kon meenemen. Dit alles op kosten van Caritas. Ik vond er een totaal leeggeroofd centrum. Het feit dat de bevolking van Kisaro aanwezig was, gaf me de moed om te herbeginnen...En hoewel ik met de mensen kon werken werd me toch de toegang tot het centrum ontzegd. Dat duurde nog tot januari1995. Toen ontruimde het leger het centrum. Vanweg de militaire overheid werd me het bevel gegeven het werk te hervatten.

Ik kwam in contact met een Duitse jumelage-organisatie : die aanvaardde zonder dralen de financiering voor het bouwen en herstellen van huisjes voor weduwen en ook van klaslokalen. Die alles gaf werk aan de bevolking, die uitmuntte in spontane solidariteit. Er werd hard gewerkt.
Er was me ook opgedragen de broedersschool in Buymba te herstellen en het broedershuis weer bewoonbaar te maken. Gedragen door de sympathie van gans de bevolking voede ik me aangemoedigd tot totale inzet. We bouwen en herstelden in een tijdspanne van drie jaar ongeveer 400 huisjes voor weduwen en 60 klassen voor de lagere scholen uit de omgeving. Het landbouwwerk op het centrum was in volle ontplooiing. Ook de vrouwengroepen waren geestdriftig om alles nieuw te maken. Het was helemaal niet moeilijk om orgaisaties zoals de F.A.O. te interesseren voor Kisaro. Ze zagen met bewondering de heropleving van alle structuren en hielpen en graag aan mee. Kisaro werd weer toonaangevend. Kisaro was zelfs de enige streek die weer leefbaar was. Het leek herrezen uit het puin van een wreed verleden...

 
 

Geschiedenis


Het project Kisaro is een werk van de Broeders van de Christelijke Scholen, die sinds 1953 in Rwanda werken en van dat ogenblik de Normaalschool in Byumba besturen. Aangemoedigd door de richtlijnen van het concilie, sprak broeder Mansuy het verlangen uit om een centrum op te richten dat de lotsverbetering van de armen in Rwanda structureel zou moeten verbeteren.
Bij een bezoek van de Belgische Provinciale Oversten aan Rwanda vroeg broeder Mansuy een broeder te sturen die met dit werk zou belast worden. Het was 1971. Datzelfde jaar had de Unesco het initiatief genomen om, in samenwerking met het Ministerie van Opvoeding  CERAR's (Centre d'Education Rurale et Artisanale du Rwanda) op te richten : een onderwijsvorm voor jongens die zes jaar lager onderwijs gevolgd hadden en niet toegelaten waren in de middelbare school. De broeder, door broeder Mansuy gevraagd, zou de oprichting van de Cerar op zich nemen, die in september 1972 zou beginnen. Bij zijn terugkeer richtte broeder Provinciaal zich tot broeder Cyriel om zich aan dit werk te wijden.  Broeder Cyriel was op dat moment 49 jaar en had als taak het bestuur van de boerderij en het economaat van het, klooster in Bokrijk en deed dat al gedurende 20 jaar. Deze ervaring zou hem later nog veel van pas komen...
Br. Cyriel vroeg aan zijn oversten om vooraf Rwanda te mogen bezoeken en in december 1971 vertrok hij voor een periode van 3 weken om zich te gaan vergewissen van de situatie. Hij besteedde veel aandacht aan het leven van de landbouwers, hun methodes en de opbrengsten. Onder de indruk van hun armoede en tegelijkertijd getroffen door de rijkdom van het klimaat en het grote potentieel aan arbeidskracht, bestudeerde hij het leerplan van de Cerar. Hij stelde met spijt vast dat men (alweer) de toestand wilde redden door een soort school waar er voor de praktijk zeer weinig tijd was voorbehouden.  Zijn mening was dat een centrum dat te veel tijd besteed aan theoretisch onderricht en een min of meer klassieke vorming verstrekt, mensen vormt die uit de landbouw vluchten.

Het centrum voor landbouwvorming dat men CPA zal noemen, zal geen gelijkenis meer hebben met een school. Het geeft voornamelijk praktische opleiding die de landbouwer in staat moet stellen het hoofd te bieden aan de problemen eigen aan de stiel, en daarmee op een behoorlijke wijze zijn gezin kan onderhouden. Daartoe is een intensieve landbouw nodig. Vanwege zijn aardrijkskundige ligging, zijn hoge bevolkingsaangroei en zijn bodemgesteldheid moet Rwanda zich speciaal op de landbouw toeleggen. Dit is voor de grote meerderheid van de bevolking op dit ogenblik het enige middel van bestaan.

Terug in België deed broeder Cyriel een voorstel aan zijn oversten : Hij aanvaardde de leiding van de Cerar in Byumba als experiment en aanpassing, maar na drie jaar zou hij op een andere plaats de vorming van de eerste promotie voorzetten, om er landbouwers van te maken, bekwaam genoeg om nieuwe landbouwmethodes te propageren in  Rwanda.

En zo werd de start gegeven van dit project. Op 4 september 1972 werd kwam broeder Cyriel voorgoed aan in Buymba. Op 15 oktober opende de Cerar zijn deuren voor 40 jongens. Het was één van de eerste Cerar's van Rwanda.

Ondertussen leende de regering van Rwanda ons 10 ha. Dat was april 1973. We hadden een concessie van de oud-koloniaal Schmit op Kisaro voorgesteld. Het feit dat broeder Cyriel nodig was om het centrum in Kisaro op te bouwen, bracht hem op het idee om vrijwilligers aan te trekken. Vanaf september 1973 kreeg hij hulp van André en Moniek Claes Tilkin zodat zij elkaar in Byumba en in Kisaro konden aflossen. In september 1974 kwam broeder Alexis  bij ons en belastte zich let de eerste twee leerjaren in Buymba. Het derde leerjaar kreeg zijn vorming in Kisaro.

In juli 1975 werd het contract van de vrijwilligers niet verlengd en bleef broeder Cyriel alleen achter op Kisaro. Dat was ook het moment dat de eerste afgestudeerden van de Cerar de school verlieten. Het was hét moment om de CPA te starten. In november werd de vraag gericht aan het Ministerie van Jeugd om Kisaro onder zijn voogdij te nemen. Het Ministerie nam dit voorstel dadelijk aan en de overeenkomst werd op 22 december 1975 ondertekend. Dit betekende de definitieve start van het centrum voor landbouwvorming in Kisaro.