In juli 1975 werd de start gegeven voor het
Centre de Perfectionnement Agricole (CPA) van Kisaro. Het waren de eerste
afgestudeerden van de normaalschool van Buymba die hun verdere opleiding kregen
in Kisaro. Het is nog met deze gasten dat broeder Cyriel met heel veel
enthousiasme al 30 jaar het
centrum leidt.
Het voornaamste activiteit van het centrum is de landbouw en daarbij het
promoten van verschillende teelten. Om tot duurzame landbouw te komen, werden
op nu al 45 ha vruchtbare heuvels van Rwanda met hak en schup terrassen aangelegd.
Deze landbouwmethode zorgde onmiddellijk voor
succesvolle oogsten! Elke maandag worden er werkkrachten aangenomen om te
oogsten met als doel zo veel mogelijk mensen kennis te laten maken met de
landbouwtechnieken van het centrum. Dat aantal kan oplopen tot wel 200 mensen
per week !
Daarnaast worden er ook nog vruchten en groenten van mensen in de omgeving
aangekocht en alle producten worden in de hoofdstad Kigali verkocht op
markten, aan winkels, particuliere mensen... De opbrengsten gaan terug naar de
mensen en naar het centrum.
Aardappelen zijn de door de bevolking erg gegeerd en er werd daarvoor ook in
de loop der jaren een kiemhuis gebouwd waar 8 ton kan opgeslagen worden. Behalve in het droge seizoen, worden
er op de terrasheuvels haast elke maand aardappelen geplant. De opbrengst is
zeer groot. Daarnaast wordt er ook nog porei, selder, salade, bonen, maïs en
sorgho geteelt.
Beter dan de sorgho, die in dit klimaat slechts langzaam groeit, is de
tarwe geschikt als basisvoedsel voor de mensen. De groeicyclus van de tarwe is
er vijf maanden. Ze wordt in september gezaaid en in februari geoogst. Een
tweede maal wordt gezaaid in maart om in augustus te oogsten. Het centrum
stelde goede variëteiten ter beschikking met de verzekering van de productie op te
kopen. Er werden graansilo's gebouwd voor de opslag en er wordt zowel aan
particulieren als aan groothandelaars verkocht. Ook dit werd al snel een
succesformule.
Wat de veeteelt betreft, wordt er voornamelijk met een Belgische soort
varkens gekweekt. De kweek van dit ras in Rwanda bracht geen enkele
moeilijkheid met zich mee. De varkens werden zowel op het centrum vetgemest,
alsook uitgezet bij boeren in de buurt. De vetmesting gebeurt met bijna
uitsluitend groenvoeder. De dieren worden daarna terug opgekocht en door
jongens van het centrum verwerkt in de slachterij.

Om dit alles te verwezenlijken was er veel hulp nodig van het Buymba Comité,
maar ook op het centrum zelf werd er uiteraard al die tijd hard gewerkt en in
de loop van de jaren werd er een ook een atelier gebouwd waar allerhande klussen
worden geklaard. Van lassen tot schrijnwerk, het maken van blokken, onderhoud
en herstelling van machines, het maken van kruiwagens, fietsen, bedden. Er is
ook een metsersploeg voor het metsen van huisjes in de omgeving...De nodige
materialen zijn niet altijd voor handen, maar gelukkig zijn de mensen er
creatief en kunnen ze met weinig hun 'plan trekken'....

Verder worden er op het centrum alleenstaande moeders opgevangen en
gehuisvest. Hun wordt de mogelijkheid gegeven om op het centrum te werken en te
wonen. Ze worden ingeschakeld in de de verschillende teelten en ze krijgen
indien mogelijk ook een stukje grond om te bewerken. In de loop der jaren
werden er daarvoor ook andere activiteiten ingericht : er is een atelier voor
allerhande naai- en vlechtwerk, er worden ook matten gemaakt...


Terrassering :
Vanaf het eerste bezoek van broeder Cyriel aan
Rwanda in 1971 had hij beslist de heuvels te terrasseren. Na het
zoeken naar een werkmethode begon hij eraan vanaf het schooljaar 1973-1974.
Ondanks de kritiek en de spot zette hij door. Als ervaren landbouwer was hij
zeker van zijn slagen. Na ook de jongeren te hebben moeten overtuigen werden
de eerste terrassen aangelegd op betrekkelijk goede grond. De eerste
opbrengst van de aardappelen was zo overuigend dat de jongens beweerden nog
nooit zulke knollen te hebben gezien. Ook de gerst lukte goed. Het
vertrouwen was gewonnen, de start gegeven. De meesten hadden dat ook
onmiddelijk begrepen. Later zou aan de nieuwkomers als voorwaarde worden
gesteld voor hun aanvaarding, dat ze een toelating hadden van hun vader om
een stuk grond te mogen terrasseren. Van jaar tot jaar groeide de interesse
en na tien jaar was de vooruitgang van de radicale terrassering niet meer te
stuiten. Ze vond haar bekroning in het officieel bezoek van de toenmalige
president Habyarimana in 1985. Zijn bewondering en steun mondden uit in de
erkenning van de methode van Kisaro als nationale methode voor
erosiebestrijding en landbouw op 5 juli 1989. De proef was geslaagd !
Kisaro was met slag gekend en geroepen om zijn stempel te drukken op heel
het landbouwgebeuren in Rwanda...

Waarom terrasseren :
Het is onmogelijk om , zonder te
terrasseren, efficiënt landbouw te bedrijven om hellingen van meer dan 10%.
Voor mindere hellingen bestaan er afdoende methodes die echter hun waarde
verliezen op sterkere hellingen. De strijd tegen erosie heeft tot doel het
afvloeien van de bouwlaag en dus ook van de voedingselementen te beletten en
het behoud van het water te verzekeren. Het water is immers de belangrijkste
factor van de produktie. Behoudt men het water, dan drenkt het de grond,
vormt een voorraad aan vocht in diepere lagen en geeft zo aan de wortels de
mogelijkheid om diep door te dringen en ook op die manier de grond te
behouden en te verrijken. Grondverbetering is dus een logisch gevolg
van terrassering en elke toevoeging van bemesting betekent een duurzame
verrijking van de grond. Dit alles waarborgt de mogelijk tot een intensieve
landbouw.
Project
Buymba-Kisaro is afhankelijk van giften, dat hoeven we u niet te vertellen.
Het is mede dankzij de steun van het thuisfront dat er dingen kunnen
verwezenlijkt worden in Kisaro, waardoor de mensen uit de omgeving een
menswaardig bestaan kunnen leiden. Het is dikwijls nog 'lijden' maar zoals u
kan zien wordt er structureel gewerkt opdat er zowel op korte als op lange
termijn essentieel dingen veranderen. Alleen op die manier wenst broeder
Cyriel zijn centrum te leiden en verder uit te bouwen naar de toekomst toe.
Voor alle stortingen vanaf €30 krijgt u van ons een fiscaal aftrekbaar
attest :
737-0200595-42.
Comité Byumba-Kisaro vzw
St.-Jan Baptistplein 1
3600 Genk
Als
je structureel dingen wilt veranderen, is onderwijs daarbij een zeer
belangrijke factor.
De broeder wil op het centrum starten met lager onderwijs.Gratis onderwijs
voor vooral kinderen van weduwen, ongehuwde moeders, aidswezen, die omwille
van de armoede gedoemd zijn om geiten en schapen te hoeden vanaf hun zesde
jaar. Ze leven van aalmoezen en van wat ze vinden in de natuur.
En dat gratis onderwijs betekent uiteraard een basisinvestering van o.a. een
degelijk gebouw, schoolbanken, boeken, schoolgerei.. Het betekent ook dat
het onderwijs moet bestendigd worden door orde en regelmaat en goed
personeel. Om dit project te doen slagen, doen we een beroep op het
thuisfront. Meer nieuws en activiteiten hierover volgen binnenkort..
|
|
|
|
Elke zaterdag wordt er soep gemaakt van allerhande overschotten die niet
verkocht zijn. Alle groenten en eventueel overschot vlees gaan in de ketel
en de soep wordt op smaak gebracht door de gasten. De mensen kennen ondertussen de lekkere soep van
Kisaro en komen dan ook in grote getale aanschuiven.

|
Rwanda werd in de jaren 1990
tot 1995 geteisterd door twee oorlogen.De genocide die zich daar voordeed
was dikwijls een hoofditem in ons dagelijks journaal. Ook het centrum
ontsnapte er niet aan.
De oorlog is volop aan de gang en broeder Cyriel beschrijft zijn ervaringen
:Einde 1991 vroeg de president , langs de bisschop van Byumba, de
hulp van religieuzen om zich het lot van de ontheemden in de kampen aan te
trekken. We vormden ter plaatse een comité en bezochten regelmatig de
kampen om vooral de kinderen te voorzien van kleren en voedsel. Het was het
begin van een drie jaar durende inzet die me hoe langer hoe meer in beslag
nam, met als hoogtepunt de vorming van kampen in Kisaro over een lengte van
12 km. Dit met een bevolking van meer dan 100.000 mensen.
Vermits ik aangsteld en gesteund was door het hoogste gezag van het
land, kon ik onafhankelijk van iedereen handelen voor de organisatie van de
kampen. Het centrum nam op zich :
- De voeding en de verzorging van alle kinderen beneden de 5 jaar.
- De organisatie van het onderwijs van schoolplichtige kinderen.
- De werkvoorziening van een groot deel van de mannen.
De reputatie verworven door de officiële erkenning van Kisaro gaf toegang
tot alle instanties, zodanig dat het mogelijk was voeding en subsidies te
bekomen en doeltreffend te werken. Dit duurde tot 1993. Toen werd het kamp
in Kisaro op zijn beurt beschoten en alle kampbewoners werden verdreven
samen met de plaatselijke bevolking. Op 15 km van Kigali werden al deze
mensen in een nieuw kamp ondergebracht. Ikzelf werd ook gedwongen om het
centrum te verlaten. Uitgeput kwam ik in België aan. Na een rustperiode van
drie maanden ben ik naar Rwanda teruggekeerd. Er was een overeenkomst
getekend. De vijand moest zich terugtrekken tot op enkele km ten noorden van
Kisaro. Er werd een gedemilitariseerde zone geschapen en Kisaro lag daar
middenin. Ik kreeg van het ministerie van binnenlandse zaken de opdracht om
die zone te besturen en ik nam weer bezit van het geplunderde en beschadigde
centrum. Met mij mochten ook alle bewoners van die zone terugkeren. Ook hun
huizen waren leeggehaald en hun velden overwoekerd.
Met de inzet van iedereen werden alle gronden weer klaargemaakt en om de
mensen zo vlug mogelijk terug voedsel te bezorgen had ik 300 kg zaad van
witte kool ingevoerd vanuit België. Dit bood een redplank voor iedereen. Het
zaad werd uitgedeeld en de mensen kregen de belofte dat het centrum heel de
productie zou opkopen om deze naar de kampen te brengen en ze daar uit te
delen. Het was een gewaagd voornemen, want er was op dat ogenblik geen geld
om te betalen. De hemel kwam ertussen en inspireerde een weldoener om
100.000 fr. te schenken voor onze actie "witte kool". Na een paar maanden
begon de aanvoer. We leverden tweemaal per week een vracht van 4 ton naar de
kampen van Nyacyonga, Muhondo en Murambi.
De mensen van Kisaro waren gered : ze hadden te eten en kregen geld voor de
kool die ze verkochten en de mensen in de kampen konden hun honger stillen.
Al bij al was het een geslaagde actie !
Op het centrum kwam er ook weer leven. Alle terrassen werden omgehakt. Er
werd aan de mannen gevraagd bij het omhakken alle knollen te verzamelen om
te kunnen dienen als plantgoed. Nergens was er immers nog plantgoed te
vinden. Zo kregen we 2.000 kg aardappelen bij elkaar. Dit steld ons opnieuw
in staat onze goede variëteiten te selecteren. Er werd ook veel geterrasserd
voor de mensen in de gedemilitariseerde zone. Het was niet moeilijk daarvoor
financieringen te bekomen in die tijd. Ook schoollokalen werden hersteld,
maar we wisten dat er eigenlijk niets duurzaam was...want op elk moment kon
de oorlog weer losbarsten. Maar het was een kwestie dat de mensen moesten
leven. Dankzij de grote vrijheid die ik genoot in deze zone, had ik zeer
veel mogelijkheden die de mensen ten goede kwamen. Zo werd het gewone leven
voor de mensen terug een beetje normaal.
We naderden Pasen 1994. De president werd vermoord ! De laatste
stuiptrekkingen van het regime uitten zich in nooit gehoorde baldadigheden.
Dit betekende het einde van een veelbelovend tijdperk in de Rwandese
geschiedenis. We werden weeral eens verjaagd. Aan de mensen uit de
gedemilitariseerde zone Kisaro werd aangeraden zich enkele km noordwaarts te
verplaatsen. Dit was hun redding. Ikzelf bleef bij hen en kon bij de
militaire overheid ten beste spreken. Ze bleven gespaard en na een mand
konden ze terugkeren naar huis. Ik werd het land uitgezet en kon weer naar
België afreizen voor een onbepaald periode...
Getergd door de onzekerheid over het lot van onze mensen, nam ik de
gelegenheid te baat om met de eerste vlucht naar Kigali te vertrekken. Het
werd een blij weerzien! Onze mensen waren gespaard gebleven. Er was hoop op
een nieuw begin. Dit bezoek van 2 tot 17 september 1994 was een goed contact
met de bevolking van Kisaro en omgeving. Het liet me toe plannen te maken
voor een definitieve terugkeer.
Op 25 oktober was het dan zover. Ik vloog terug met een Russische cargo,
waarin ik ook gratis een ton materiaal kon meenemen. Dit alles op kosten van
Caritas. Ik vond er een totaal leeggeroofd centrum. Het feit dat de
bevolking van Kisaro aanwezig was, gaf me de moed om te herbeginnen...En
hoewel ik met de mensen kon werken werd me toch de toegang tot het centrum
ontzegd. Dat duurde nog tot januari1995. Toen ontruimde het leger het
centrum. Vanweg de militaire overheid werd me het bevel gegeven het werk te
hervatten.
Ik kwam in contact met een Duitse jumelage-organisatie : die aanvaardde
zonder dralen de financiering voor het bouwen en herstellen van huisjes voor
weduwen en ook van klaslokalen. Die alles gaf werk aan de bevolking, die
uitmuntte in spontane solidariteit. Er werd hard gewerkt.
Er was me ook opgedragen de broedersschool in Buymba te herstellen en het
broedershuis weer bewoonbaar te maken. Gedragen door de sympathie van gans
de bevolking voede ik me aangemoedigd tot totale inzet. We bouwen en
herstelden in een tijdspanne van drie jaar ongeveer 400 huisjes voor weduwen
en 60 klassen voor de lagere scholen uit de omgeving. Het landbouwwerk op
het centrum was in volle ontplooiing. Ook de vrouwengroepen waren
geestdriftig om alles nieuw te maken. Het was helemaal niet moeilijk om
orgaisaties zoals de F.A.O. te interesseren voor Kisaro. Ze zagen met
bewondering de heropleving van alle structuren en hielpen en graag aan mee.
Kisaro werd weer toonaangevend. Kisaro was zelfs de enige streek die weer
leefbaar was. Het leek herrezen uit het puin van een wreed verleden...
|
| |
Het project Kisaro is een werk van de Broeders
van de Christelijke Scholen, die sinds 1953 in Rwanda werken en van dat
ogenblik de Normaalschool in Byumba besturen. Aangemoedigd door de richtlijnen
van het concilie, sprak broeder
Mansuy het verlangen uit om een centrum op te richten dat de lotsverbetering
van de armen in Rwanda structureel zou moeten verbeteren.
Bij een bezoek van de Belgische Provinciale Oversten aan Rwanda vroeg
broeder Mansuy een broeder te sturen die met dit werk zou belast worden. Het
was 1971. Datzelfde jaar had de Unesco het initiatief genomen om, in
samenwerking met het Ministerie van Opvoeding CERAR's (Centre d'Education
Rurale et Artisanale du Rwanda) op te richten : een onderwijsvorm voor
jongens die zes jaar lager onderwijs gevolgd hadden en niet toegelaten waren
in de middelbare school. De broeder, door broeder Mansuy gevraagd, zou de
oprichting van de Cerar op zich nemen, die in september 1972 zou beginnen.
Bij zijn terugkeer richtte broeder Provinciaal zich tot broeder Cyriel om
zich aan dit werk te wijden. Broeder Cyriel was op dat moment 49 jaar en
had als taak het bestuur van de boerderij en het economaat van het, klooster
in Bokrijk en deed dat al gedurende 20 jaar. Deze ervaring zou hem later nog
veel van pas komen...
Br. Cyriel vroeg aan zijn oversten om vooraf Rwanda te mogen bezoeken en in
december 1971 vertrok hij voor een periode van 3 weken om zich te gaan
vergewissen van de situatie. Hij besteedde veel aandacht aan het leven van
de landbouwers, hun methodes en de opbrengsten. Onder de indruk van hun
armoede en tegelijkertijd getroffen door de rijkdom van het klimaat en het
grote potentieel aan arbeidskracht, bestudeerde hij het leerplan van de
Cerar. Hij stelde met spijt vast dat men (alweer) de toestand wilde redden
door een soort school waar er voor de praktijk zeer weinig tijd was
voorbehouden. Zijn mening was dat een centrum dat te veel tijd besteed aan
theoretisch onderricht en een min of meer klassieke vorming verstrekt,
mensen vormt die uit de landbouw vluchten.
Het centrum voor landbouwvorming dat men CPA zal
noemen, zal geen gelijkenis meer hebben met een school. Het geeft
voornamelijk praktische opleiding die de landbouwer in staat moet stellen
het hoofd te bieden aan de problemen eigen aan de stiel, en daarmee op een
behoorlijke wijze zijn gezin kan onderhouden. Daartoe is een intensieve
landbouw nodig. Vanwege zijn aardrijkskundige ligging, zijn hoge
bevolkingsaangroei en zijn bodemgesteldheid moet Rwanda zich speciaal op de
landbouw toeleggen. Dit is voor de grote meerderheid van de bevolking op dit
ogenblik het enige middel van bestaan.
Terug in België deed broeder Cyriel een
voorstel aan zijn oversten : Hij aanvaardde de leiding van de Cerar in
Byumba als experiment en aanpassing, maar na drie jaar zou hij op een andere
plaats de vorming van de eerste promotie voorzetten, om er landbouwers van
te maken, bekwaam genoeg om nieuwe landbouwmethodes te propageren in
Rwanda.
En zo werd de start gegeven van dit project. Op
4 september 1972 werd kwam broeder Cyriel voorgoed aan in Buymba. Op 15
oktober opende de Cerar zijn deuren voor 40 jongens. Het was één van de
eerste Cerar's van Rwanda.
Ondertussen leende de regering van Rwanda ons
10 ha. Dat was april 1973. We hadden een concessie van de oud-koloniaal
Schmit op Kisaro voorgesteld. Het feit dat broeder Cyriel nodig was om het
centrum in Kisaro op te bouwen, bracht hem op het idee om vrijwilligers aan
te trekken. Vanaf september 1973 kreeg hij hulp van André en Moniek Claes
Tilkin zodat zij elkaar in Byumba en in Kisaro konden aflossen. In september
1974 kwam broeder Alexis bij ons en belastte zich let de eerste twee
leerjaren in Buymba. Het derde leerjaar kreeg zijn vorming in Kisaro.
In
juli 1975 werd het contract van de vrijwilligers niet verlengd en bleef broeder
Cyriel alleen achter op Kisaro. Dat was ook het moment dat de eerste
afgestudeerden van de Cerar de school verlieten. Het was hét moment om de
CPA te starten. In november werd de vraag gericht aan het Ministerie van
Jeugd om Kisaro onder zijn voogdij te nemen. Het Ministerie nam dit voorstel
dadelijk aan en de overeenkomst werd op 22 december 1975 ondertekend. Dit
betekende de definitieve start van het centrum voor landbouwvorming in
Kisaro.
|
| |